SWPBS Introduction from Howl At The Moon on Vimeo.
Een blog voor leerkrachten in het PO, VO en het MBO over persoonlijke kracht, creativiteit en lesgeven.
Posts tonen met het label visie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label visie. Alle posts tonen
maandag 30 juni 2014
SWPBS preventieve aanpak iets verder uitgewerkt
In de vorige blog-entry is een overzicht gegeven van de 5 pijlers of principes die gebruikt worden binnen SWPBS om academisch en sociaal gedrag te stimuleren. Ik heb een video gemaakt die iets verder in gaat op de pijler "Preventieve aanpak"
Labels:
adaptief onderwijs,
motivatie,
PBS,
SWPBS,
visie
vrijdag 9 mei 2014
SWPBS voor schoolmanagers
SWPBS staat voor School Wide Positive Behaviour Support. SWPBS is een benadering (methodiek) om het schoolpersoneel te helpen bij het ontwikkelen en organiseren van een continuüm aan gedragsinterventies die gericht zijn op het bevorderen van gewenst sociaal en academisch gedrag bij leerlingen.
Deze benadering is samen te vatten in 5 principe uitspraken:
1. Schoolbreed op basis van waarden
Gedragsinterventies hebben een groter effect wanneer deze gezamenlijk worden vormgegeven door de verschillende professionals in de school dan wanneer deze geïsoleerd in de klas of in en spreekkamertje uitgevoerd worden. Om deze interventies gezamenlijk vorm te kunnen geven is het absoluut noodzakelijk dat men start vanuit gedeelde waarden.
2. Preventieve aanpak
Gedragsinterventies binnen de school worden gegroepeerd naar van intensiteit van ondersteuning EN bouwen op elkaar voort. Op deze wijze wordt voorkomen er lacunes zijn in het zorgcontinuum en wordt voorkomen dat een leerling intensieve begeleiding krijgt terwijl het probleem eigenlijk is dat de lichtere vormen van ondersteuning niet adequaat zijn toegepast.
3. positieve benadering en het aanleren van sociaal en academisch gedrag
Het aanleren van academisch en sociaal wenselijk gedrag wordt voornamelijk gedaan door middel van positive reïnforcement. Op langere termijn geeft dit betere resultaten dan werken door middel van correcties.
4. Planmatig handelen op basis van data
Voortdurend wordt de planningscyclus doorlopen waarbij wordt gekeken of de gedragsinterventies nog effectief en efficiënt zijn of dat aanvullend maatregelen nodig zijn. Het bepalen van de doelstellingen en de evaluatie ervan, wordt op basis van de gemeten voortgang gedaan. Hierdoor stijgt de kwaliteit van de besluitvorming.
5. Samenwerking met ouders en ketenpartners
De school staat in relatie met haar omgeving. Om deze relatie goed te houden, wordt actief de samenwerking gezocht met deze omgeving. De omgeving kan zo meewerken aan het verder versterken aan het gewenste academische en sociale gedrag van de leerlingen.
De kracht van SWPBS zit niet in deze 5 delen afzondelijk, maar in de integrale aanpak benadering. De 5 onderdelen, mits goed op elkaar afgestemd, versterken elkaar.
In de praktijk werkt het ook omgekeerd. Wanneer zaken niet goed lopen een school blijkt meestal 1 of meerdere delen niet op elkaar afgestemd te zijn. SWPBS kan dus ook als analyse-instrument gebruikt worden.
De bovengenoemde uitgangspunten kunnen ook toegepast worden op teamniveau. Door zowel op leerlingniveau als op teamniveau de principes van SWPBS toe te passen, worden de beste resultaten bereikt.
De taak van het management binnen SWPBS is er voor te zorgen dat het schoolteam in staat is om het continuum aan gedragsinterventies te bedenken, te organiseren en uit te voeren. Het management creëert daarvoor de randvoorwaarden op twee gebieden:
1. de structuur-kant. Mensen, middelen, tijd, bevoegdheden, verantwoordelijkheden
2. de proces-kant. Mensen moeten weten, kunnen, durven, willen om het bovenstaande continuüm aan gedragsinterventies te bedenken, uit te voeren en te organiseren.
Omdat de effecten het groots zijn wanneer de 5 elementen in samenhang worden ingevoerd, is het van belang om klein te beginnen.
Een aanpak die redelijk lijkt te werken is de volgende:
1. Introductie SWPBS gedachtegoed
2. vorming SWPBS-team (met directie, docenten, OOP-ers en zorg)
3. bepalen gezamenlijke waarden met het gehele schoolteam
4. bepalen met gehele schoolteam welk deel van de school bijv. gang, plein, wc) geschikt zou zijn als pilot
5. SWPBS-team bereidt pilot voor en doet wat vingeroefeningen met de verschillende SWPBS-pijers
6. Start pilot (hier doe het gehele schoolteam weer aan mee)
7. Evaluatie pilot en besluit of men verder wil.
Deze benadering is samen te vatten in 5 principe uitspraken:
1. Schoolbreed op basis van waarden
Gedragsinterventies hebben een groter effect wanneer deze gezamenlijk worden vormgegeven door de verschillende professionals in de school dan wanneer deze geïsoleerd in de klas of in en spreekkamertje uitgevoerd worden. Om deze interventies gezamenlijk vorm te kunnen geven is het absoluut noodzakelijk dat men start vanuit gedeelde waarden.
2. Preventieve aanpak
Gedragsinterventies binnen de school worden gegroepeerd naar van intensiteit van ondersteuning EN bouwen op elkaar voort. Op deze wijze wordt voorkomen er lacunes zijn in het zorgcontinuum en wordt voorkomen dat een leerling intensieve begeleiding krijgt terwijl het probleem eigenlijk is dat de lichtere vormen van ondersteuning niet adequaat zijn toegepast.
3. positieve benadering en het aanleren van sociaal en academisch gedrag
Het aanleren van academisch en sociaal wenselijk gedrag wordt voornamelijk gedaan door middel van positive reïnforcement. Op langere termijn geeft dit betere resultaten dan werken door middel van correcties.
4. Planmatig handelen op basis van data
Voortdurend wordt de planningscyclus doorlopen waarbij wordt gekeken of de gedragsinterventies nog effectief en efficiënt zijn of dat aanvullend maatregelen nodig zijn. Het bepalen van de doelstellingen en de evaluatie ervan, wordt op basis van de gemeten voortgang gedaan. Hierdoor stijgt de kwaliteit van de besluitvorming.
5. Samenwerking met ouders en ketenpartners
De school staat in relatie met haar omgeving. Om deze relatie goed te houden, wordt actief de samenwerking gezocht met deze omgeving. De omgeving kan zo meewerken aan het verder versterken aan het gewenste academische en sociale gedrag van de leerlingen.
De kracht van SWPBS zit niet in deze 5 delen afzondelijk, maar in de integrale aanpak benadering. De 5 onderdelen, mits goed op elkaar afgestemd, versterken elkaar.
In de praktijk werkt het ook omgekeerd. Wanneer zaken niet goed lopen een school blijkt meestal 1 of meerdere delen niet op elkaar afgestemd te zijn. SWPBS kan dus ook als analyse-instrument gebruikt worden.
De bovengenoemde uitgangspunten kunnen ook toegepast worden op teamniveau. Door zowel op leerlingniveau als op teamniveau de principes van SWPBS toe te passen, worden de beste resultaten bereikt.
De taak van het management binnen SWPBS is er voor te zorgen dat het schoolteam in staat is om het continuum aan gedragsinterventies te bedenken, te organiseren en uit te voeren. Het management creëert daarvoor de randvoorwaarden op twee gebieden:
1. de structuur-kant. Mensen, middelen, tijd, bevoegdheden, verantwoordelijkheden
2. de proces-kant. Mensen moeten weten, kunnen, durven, willen om het bovenstaande continuüm aan gedragsinterventies te bedenken, uit te voeren en te organiseren.
Omdat de effecten het groots zijn wanneer de 5 elementen in samenhang worden ingevoerd, is het van belang om klein te beginnen.
Een aanpak die redelijk lijkt te werken is de volgende:
1. Introductie SWPBS gedachtegoed
2. vorming SWPBS-team (met directie, docenten, OOP-ers en zorg)
3. bepalen gezamenlijke waarden met het gehele schoolteam
4. bepalen met gehele schoolteam welk deel van de school bijv. gang, plein, wc) geschikt zou zijn als pilot
5. SWPBS-team bereidt pilot voor en doet wat vingeroefeningen met de verschillende SWPBS-pijers
6. Start pilot (hier doe het gehele schoolteam weer aan mee)
7. Evaluatie pilot en besluit of men verder wil.
Labels:
management,
onderwijsbehoeften,
PBS,
pedagoog,
SWPBS,
visie
zondag 1 september 2013
Adaptief Onderwijs, passend onderwijs, inclusief onderwijs WAT IS HET NU?
Bij ieder boek dat wordt gepubliceerd of iedere presentatie van de laatste goeroe komen weer nieuwe woorden en nieuwe definities ons vakgebied in. Sommige begrippen sterven snel uit en anderen blijven langer bestaan. Die zijn blijkbaar bruikbaarder. Natuurlijk gebruik ik ook mijn eigen setje begrippen. In dit stukje beschrijf ik een aantal WERKdefinities van begrippen ik in de praktijk vaak tegen kom. Het gaat om:
- Adaptief onderwijs
- Inclusief onderwijs
- Passend Onderwijs
Ik noem het werkdefinities omdat ik niet volledig (en waarschijnlijk ook niet helemaal juist) ben in de omschrijving van deze begrippen, maar ik kan er in de praktijk perfect mee vooruit.
Adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs is een visie op de manier waarop je met de leerlingen werkt in de klas. Een visie op je werkwijze dus. Het uitgangspunt van deze visie is is dat de docent zijn handelen baseert op de onderwijskundige behoeften van de leerling. Wanneer er een goede match is tussen datgene wat de docent aanbiedt de behoeften van de leerling, zal de leerling zich prettig voelen en optimaal presteren. Het is dus een motivatiemodel.
De heer Stevens heeft deze visie uitgewerkt.
De leerling staat centraal. De onderwijskundige behoeften van de leerling zijn onder te verdelen in drie groepen:
1. behoefte aan zelf zaken kunnen beslissen
2. behoefte aan zich competent voelen
3. Behoefte aan een goede/veilige relatie
De docent creëert een omgeving zodat aan deze drie behoeften kan worden voldaan. De docent creëert daarom uitdagende taken die leerlingen uit kunnen proberen en tegelijkertijd neemt hij voldoende maatregelen om er voor te zorgen dat leerlingen op een veilige basis terug kunnen vallen.
meer info:www.vorsite.nl/content/bestanden/blok_2004_01.pdf
Inclusief Onderwijs
Inclusief onderwijs is een visie op de rechten die kinderen hebben t.a.v. hun ontwikkeling. Bij inclusief onderwijs gaat men er van uit dat het reguliere onderwijs zo is ingericht dat kinderen ongeacht hun beperkingen daar aan deel kunnen nemen (Het beginsel van gelijke behandeling). Dat is goed voor de kinderen met een beperking omdat ze zo in de samenleving blijven staan en dat is goed voor kinderen zonder beperking omdat ze leren omgaan met andere mensen.
Deze rechten zijn omschreven in artikel 24 van het VN-Verdrag voor de Rechten van de Mens, wat ook de Nederlandse regering getekend heeft.
Meer info:http://nl.wikipedia.org/wiki/Inclusief_onderwijs
Passend Onderwijs
Passend onderwijs is een reeks politieke maatregelen die door de tweede kamer in 2012 genomen zijn en die betrekking hebben op een deel van de inrichting (organisatie) van het onderwijs in Nederland. De beslissingen hebben voornamelijk betrekking op het proberen te regelen dat Nederlandse scholen sneller, goedkoper en beter hun onderwijs afstemmen op onderwijsbehoeften van leerlingen en op leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften in het bijzonder.
Deze politieke maatregelen ingegeven door twee achterliggende gedachten:
1. Men denkt te kunnen bezuinigen omdat men denkt dat het relatief dure speciaal onderwijs kan worden afgeschaft. Daarnaast is het geld voor extra begeleiding (de omvang) in het reguliere onderwijs beschikbaar is met ongeveer een kwart verminderd.
2. De zeggenschap over de verdeling van het geld t.b.v. begeleiding is gedecentraliseerd en bij de samenwerkingsverbanden terechtgekomen. Verder hebben de scholen hebben een zorgplicht gekregen. De gedachte is dat deze combinatie van plicht voor het bieden van zorg en tegelijkertijd de vrijheid over de invulling ervan, scholen sneller en en beter met een passend aanbod voor de leerling zullen komen.
Meer info:www.passendonderwijs.nl/
Samenhang
Ik denk dat als je het ideaal van inclusief onderwijs (regulier onderwijs dat alle kinderen kan opvangen) wilt bereiken, je je werkwijze moet baseren op de ideeën die bekend staan onder adaptief onderwijs. Passend onderwijs is een reeks politieke beslissingen waarbij het ideaal Inclusief Onderwijs en de werkwijze van passend onderwijs worden gepromoot om te komen tot kostenverlaging (bezuinigingen) en tegelijkertijd proberen niet teveel draagvlak te verliezen bij degene die bang zijn dat de bezuinigingen ten koste gaan van de kwaliteit.
- Adaptief onderwijs
- Inclusief onderwijs
- Passend Onderwijs
Ik noem het werkdefinities omdat ik niet volledig (en waarschijnlijk ook niet helemaal juist) ben in de omschrijving van deze begrippen, maar ik kan er in de praktijk perfect mee vooruit.
Adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs is een visie op de manier waarop je met de leerlingen werkt in de klas. Een visie op je werkwijze dus. Het uitgangspunt van deze visie is is dat de docent zijn handelen baseert op de onderwijskundige behoeften van de leerling. Wanneer er een goede match is tussen datgene wat de docent aanbiedt de behoeften van de leerling, zal de leerling zich prettig voelen en optimaal presteren. Het is dus een motivatiemodel.
De heer Stevens heeft deze visie uitgewerkt.

De leerling staat centraal. De onderwijskundige behoeften van de leerling zijn onder te verdelen in drie groepen:
1. behoefte aan zelf zaken kunnen beslissen
2. behoefte aan zich competent voelen
3. Behoefte aan een goede/veilige relatie
De docent creëert een omgeving zodat aan deze drie behoeften kan worden voldaan. De docent creëert daarom uitdagende taken die leerlingen uit kunnen proberen en tegelijkertijd neemt hij voldoende maatregelen om er voor te zorgen dat leerlingen op een veilige basis terug kunnen vallen.
meer info:www.vorsite.nl/content/bestanden/blok_2004_01.pdf
Inclusief Onderwijs
Inclusief onderwijs is een visie op de rechten die kinderen hebben t.a.v. hun ontwikkeling. Bij inclusief onderwijs gaat men er van uit dat het reguliere onderwijs zo is ingericht dat kinderen ongeacht hun beperkingen daar aan deel kunnen nemen (Het beginsel van gelijke behandeling). Dat is goed voor de kinderen met een beperking omdat ze zo in de samenleving blijven staan en dat is goed voor kinderen zonder beperking omdat ze leren omgaan met andere mensen.
Deze rechten zijn omschreven in artikel 24 van het VN-Verdrag voor de Rechten van de Mens, wat ook de Nederlandse regering getekend heeft.
Meer info:http://nl.wikipedia.org/wiki/Inclusief_onderwijs
Passend Onderwijs
Passend onderwijs is een reeks politieke maatregelen die door de tweede kamer in 2012 genomen zijn en die betrekking hebben op een deel van de inrichting (organisatie) van het onderwijs in Nederland. De beslissingen hebben voornamelijk betrekking op het proberen te regelen dat Nederlandse scholen sneller, goedkoper en beter hun onderwijs afstemmen op onderwijsbehoeften van leerlingen en op leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften in het bijzonder.
Deze politieke maatregelen ingegeven door twee achterliggende gedachten:
1. Men denkt te kunnen bezuinigen omdat men denkt dat het relatief dure speciaal onderwijs kan worden afgeschaft. Daarnaast is het geld voor extra begeleiding (de omvang) in het reguliere onderwijs beschikbaar is met ongeveer een kwart verminderd.
2. De zeggenschap over de verdeling van het geld t.b.v. begeleiding is gedecentraliseerd en bij de samenwerkingsverbanden terechtgekomen. Verder hebben de scholen hebben een zorgplicht gekregen. De gedachte is dat deze combinatie van plicht voor het bieden van zorg en tegelijkertijd de vrijheid over de invulling ervan, scholen sneller en en beter met een passend aanbod voor de leerling zullen komen.
Meer info:www.passendonderwijs.nl/
Samenhang
Ik denk dat als je het ideaal van inclusief onderwijs (regulier onderwijs dat alle kinderen kan opvangen) wilt bereiken, je je werkwijze moet baseren op de ideeën die bekend staan onder adaptief onderwijs. Passend onderwijs is een reeks politieke beslissingen waarbij het ideaal Inclusief Onderwijs en de werkwijze van passend onderwijs worden gepromoot om te komen tot kostenverlaging (bezuinigingen) en tegelijkertijd proberen niet teveel draagvlak te verliezen bij degene die bang zijn dat de bezuinigingen ten koste gaan van de kwaliteit.
vrijdag 14 juni 2013
De kunst van het opvoeden
Op uitzending gemist staat (nog) een leuke aflevering uit de serie De kunst van het opvoeden. "Hoe belangrijk is school?" luidt de titel en er worden twee visies op onderwijs naast elkaar gelegd.
Wat ik als gedragsspecialist zo leuk vind, is dat je zo mooi uit die documentaire kunt halen dat gedrag van leerlingen pas probleemgedrag wordt wanneer je vanuit een bepaalde visie dat gedrag gaat interpereteren.
Is die jongen op Iederwijsschool nu aan het luieren of aan het rijpen? Wordt die jongen op de reguliere school nu aangeleerd dat hij zonder controle niet kan functioneren of krijgt hij de noodzakelijke structuur aangeboden?
Ik heb mijn voorkeur voor bepaalde visies op mens en onderwijs, maar de kracht zit erin om op tijd te schakelen, niet te vroeg en niet laat.
Waarom vind ik schakelen tussen visies zo belangrijk? Omdat één kind meer waard is dan alle onderwijs visies en mensbeelden bij elkaar. Hoe verknocht we (ik) er ook aan zijn (ben).
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1346911
Wat ik als gedragsspecialist zo leuk vind, is dat je zo mooi uit die documentaire kunt halen dat gedrag van leerlingen pas probleemgedrag wordt wanneer je vanuit een bepaalde visie dat gedrag gaat interpereteren.
Is die jongen op Iederwijsschool nu aan het luieren of aan het rijpen? Wordt die jongen op de reguliere school nu aangeleerd dat hij zonder controle niet kan functioneren of krijgt hij de noodzakelijke structuur aangeboden?
Ik heb mijn voorkeur voor bepaalde visies op mens en onderwijs, maar de kracht zit erin om op tijd te schakelen, niet te vroeg en niet laat.
Waarom vind ik schakelen tussen visies zo belangrijk? Omdat één kind meer waard is dan alle onderwijs visies en mensbeelden bij elkaar. Hoe verknocht we (ik) er ook aan zijn (ben).
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1346911
donderdag 27 december 2012
5x persoonlijke kracht in moeilijke omstandigheden
Hoe goed je ook bent, hoeveel tijd je ook besteed in je voorbereiding, hoe sensitief je ook bent en hoe enthousiast, je zult vroeg of laat met de klas of met een leerling in een lastige situatie terechtkomen. Leerlingen en leraren hebben nu eenmaal op korte termijn andere belangen. Bovendien zitten leerlingen op de middelbare school vaak tjokvol hormonen en een gevoelsleven dat alle kanten uitvliegt met alle heftige en (soms irrationele) emoties van dien.
Overal waar mensen samenwerken komen lastige situaties dit voor, maar juist als je voor de klas staat is, is het ongelofelijk belangrijk hoe je daar mee omgaat. Nog veel belangrijker dan in andere beroepen.
Je staat voor de groep en dus moet je meteen beslissen. Je kunt niet zoals een gemiddelde werknemer er eens goed over nadenken hoe je het e.e.a gaat aanpakken.
Daarnaast bepaalt de manier waarop je het probleem hier en nu oplost voor een heel groot gedeelte in hoeverre leerlingen jou durven te vertrouwen en dat bepaalt weer je succes als leraar.
Kortom: Je zit in een situatie met grote vaak negatieve emoties, er is nauwelijks tijd om een beslissing te nemen en de consequenties zijn groot! Wat helpt?
Dit helpt:
5 Strategies for Personal Empowerment in Difficult Situations
When you find yourself in situations where you are exposed to negative energies over which you have no control, remember that you can control your own sources of positive energy if you so choose. Here are some ideas.
1 Look for the good that does exist. Feel grateful for it. When you deliberately look for good, you will find it. When you focus on negatives, you’ll find it. Wouldn’t you rather have a steady diet of good energies? They will help you more effectively cope with the challenges.
2 Avoid reacting to others and taking their behaviors personally. Pia Mellody, author of Facing Codependence, once said that people’s reactions have more to do with them and their history than they do with you, unless you’ve been offensive. So, observe others and wonder about their behaviors, but know that what you’re getting from them could have absolutely nothing to do with you.
3. Stay in your own power by remaining calm even when others are not. “Shut your mouth and breathe,” is another of my favorite reminders from Pia Mellody. Doing that will help you stay grounded and avoid saying or doing anything you might regret later.
4 Ask for what you need from people who are capable of giving it to you. If you don’t ask, the answer is always no. Only you know what you need. And, it is empowering to respectfully make your needs known.
5 Don’t make requests of people who are incapable of responding appropriately to your requests. That’s a setup for disappointment and will only fuel your anger.
bron: http://www.lifehack.org/articles/lifehack/5-strategies-for-personal-empowerment-in-difficult-situations.html
Labels:
beslissingen,
flexibiliteit,
leiderschap,
strijd,
visie
maandag 17 december 2012
The art of War
Hoe je over je klas denkt, bepaalt welk gedrag van je leerlingen ziet en hoe je dat interpreteert. Je kunt de klas als een tuin zien waar kennis en vaardigheden worden gedeeld en waar talenten en competenties tot bloei komen. Je kunt de klas als een machine zien, waarin iedereen een radartje is en ieder zijn eigen bijdrage heeft aan het grotere geheel. Je kunt de klas als een dorp zien, een kleine samenleving waarin iedereen een plekje moet zien te vinden.
Geen enkele beeld is juist of volledig, maar maakt wel bepaalde facetten en verbanden in de klas zichtbaar, vergelijkbaar met verschillende soorten brillen die je op kunt zetten.
De klas als strijdtoneel is een gevaarlijk beeld. Kinderen zijn geen vijanden en de les is geen veldslag. Het is een beeld waar je snel in blijft hangen en vaak leidt tot de wens en overtuiging dat kinderen maar weer strenger gestraft moeten worden. Erg onhandig om het nog maar niet over het etische aspect te hebben.
Toch kan je met dit beeld een aantal aspecten van lesgeven heel goed illustreren.
De kunst van het oorlogvoeren is een standaardwerk over de strategie van het oorlogvoeren, geschreven door de Chinese generaal Sunzi (of Sun Tsu) rond 500 voor Christus. Het wordt beschouwd als het oudst bekende boek over oorlog en strategie. In 13 korte hoofdstukken beschrijft de auteur de oorlogvoering op een zodanige manier, dat strategen en generaals het nog steeds gebruiken.
Een aantal uitspraken die in het boekje uitgewerkt worden, spreken mij erg aan omdat je ze ook heel goed in een klasse-omgeving kun toepassen. Hieronder volgen er drie.
- Gebruik directe manoeuvres om met de vijand in contact te komen en de indirecte om de overwinning te behalen.
- Indirecte manoeuvres zijn, wanneer juist toegepast, eindeloos als hemel en aarde en onuitputtelijk als rivieren en zeeën. Ze komen op en gaan onder als de zon en de maan. Ze verstrijken en keren terug als de seizoenen.
Ik denk dat dit ook bij lesgeven geldt. Je handelen in de klas valt onder directe manoeuvres. Je vertelt, je luistert, je geeft opdrachten, je kijkt, je loopt. Het zijn allemaal handelingen om in contact te komen met je leerlingen zodat je je informatie kunt overdragen. Maar de mate waarin je daarin succesvol bent hangt voor het grootste gedeelte af van je manoeuvres of handelingen voor- en na de lessen.
Als je weet wat je wilt, je weet wat je leerlingen willen, kunnen, nodig hebben dan kun je je aanpak bepalen en daarmee ga je aan de slag en win je uiteindelijk de slag. Het zijn dus allemaal activiteiten die indirect zijn, maar wel belangrijk.
Wie als eerste op het slagveld is en de vijand afwacht is uitgerust; degene die later komt en zich in de slag moet haasten is vermoeid. Daarom bewegen bedreven krijgers de vijand en laten zich niet door de vijand bewegen.
Dit kom ik regelmatig tegen in klassen waar het niet goed gaat. De leerlingen liggen onderuit in hun bankje, babbelen met elkaar, maken zo nu en dan een geintje. Er is er in zo’n klas dan precies één persoon die ontzettend zijn best doet en hard aan het werk is en dat is de leerkracht. Interventies moeten daarom er altijd op gericht zijn om de leerlingen weer in beweging te krijgen. Maar hoe krijg je leerlingen in beweging? Wel de eerste stap is in ieder geval kennismaken met je leerlingen. Wat vinden zij belangrijk? Daarbij zijn we bij het volgende punt.
• Wie de vijand kent en zichzelf zal in honderd veldslagen niet in gevaar zijn;
• Wie de vijand niet kent maar zichzelf wel, zal soms winnen en soms verliezen;
• Wie de vijand niet kent en zichzelf niet, zal iedere slag in gevaar zijn.
Zo riep een leerling tegen mij, een meisje van een jaar of 16: “Hee mafkees!” toen ik de klas in kwam. Ik was verbijsterd. Hoe moest ik hier nu op reageren? Boos? Moest ik paal en perk stellen aan dat brutale gedrag? Hoe ga ik dat doen dan?
Natuurlijk vroeg de klas zich dat ook af en het werd helemaal stil. De spanning was te snijden.
Tot ik mij realiseerde dat ik in een mail had gelezen dat dat meisje een tijdje in een extern opvangtehuis had gezeten en dat ze binnenkort weer terug zou komen op school. Wou ze misschien laten zien op haar (wat rottige manier) dat ze weer terug was?
Ik antwoordde: “Ik vind het niet leuk dat je mij mafkees noemt, maar wat goed dat je er weer bent. We hebben je gemist!” Ze knikte, meteen was de spanning verdwenen en konden we beginnen met de les. (Mooi voorbeeld toch? Met al die andere situaties dat ik precies het verkeerde zei en deed met alle desastreuse gevolgen van dien, kan ik wel een boek vullen, maa rben ik toch minder trots op :) )
In April 1972, bamboo slips versions of Sun Zi Bing Fa and Sun Bin Bing Fa were discovered in the No.1 Tomb of the Han Dynasty (206BC-220AD) in the Yinyue Mountain in Linyi, Shandong Province
Geen enkele beeld is juist of volledig, maar maakt wel bepaalde facetten en verbanden in de klas zichtbaar, vergelijkbaar met verschillende soorten brillen die je op kunt zetten.
De klas als strijdtoneel is een gevaarlijk beeld. Kinderen zijn geen vijanden en de les is geen veldslag. Het is een beeld waar je snel in blijft hangen en vaak leidt tot de wens en overtuiging dat kinderen maar weer strenger gestraft moeten worden. Erg onhandig om het nog maar niet over het etische aspect te hebben.
Toch kan je met dit beeld een aantal aspecten van lesgeven heel goed illustreren.
De kunst van het oorlogvoeren is een standaardwerk over de strategie van het oorlogvoeren, geschreven door de Chinese generaal Sunzi (of Sun Tsu) rond 500 voor Christus. Het wordt beschouwd als het oudst bekende boek over oorlog en strategie. In 13 korte hoofdstukken beschrijft de auteur de oorlogvoering op een zodanige manier, dat strategen en generaals het nog steeds gebruiken.
Een aantal uitspraken die in het boekje uitgewerkt worden, spreken mij erg aan omdat je ze ook heel goed in een klasse-omgeving kun toepassen. Hieronder volgen er drie.
- Gebruik directe manoeuvres om met de vijand in contact te komen en de indirecte om de overwinning te behalen.
- Indirecte manoeuvres zijn, wanneer juist toegepast, eindeloos als hemel en aarde en onuitputtelijk als rivieren en zeeën. Ze komen op en gaan onder als de zon en de maan. Ze verstrijken en keren terug als de seizoenen.
Ik denk dat dit ook bij lesgeven geldt. Je handelen in de klas valt onder directe manoeuvres. Je vertelt, je luistert, je geeft opdrachten, je kijkt, je loopt. Het zijn allemaal handelingen om in contact te komen met je leerlingen zodat je je informatie kunt overdragen. Maar de mate waarin je daarin succesvol bent hangt voor het grootste gedeelte af van je manoeuvres of handelingen voor- en na de lessen.
Als je weet wat je wilt, je weet wat je leerlingen willen, kunnen, nodig hebben dan kun je je aanpak bepalen en daarmee ga je aan de slag en win je uiteindelijk de slag. Het zijn dus allemaal activiteiten die indirect zijn, maar wel belangrijk.
Wie als eerste op het slagveld is en de vijand afwacht is uitgerust; degene die later komt en zich in de slag moet haasten is vermoeid. Daarom bewegen bedreven krijgers de vijand en laten zich niet door de vijand bewegen.
Dit kom ik regelmatig tegen in klassen waar het niet goed gaat. De leerlingen liggen onderuit in hun bankje, babbelen met elkaar, maken zo nu en dan een geintje. Er is er in zo’n klas dan precies één persoon die ontzettend zijn best doet en hard aan het werk is en dat is de leerkracht. Interventies moeten daarom er altijd op gericht zijn om de leerlingen weer in beweging te krijgen. Maar hoe krijg je leerlingen in beweging? Wel de eerste stap is in ieder geval kennismaken met je leerlingen. Wat vinden zij belangrijk? Daarbij zijn we bij het volgende punt.
• Wie de vijand kent en zichzelf zal in honderd veldslagen niet in gevaar zijn;
• Wie de vijand niet kent maar zichzelf wel, zal soms winnen en soms verliezen;
• Wie de vijand niet kent en zichzelf niet, zal iedere slag in gevaar zijn.
Zo riep een leerling tegen mij, een meisje van een jaar of 16: “Hee mafkees!” toen ik de klas in kwam. Ik was verbijsterd. Hoe moest ik hier nu op reageren? Boos? Moest ik paal en perk stellen aan dat brutale gedrag? Hoe ga ik dat doen dan?
Natuurlijk vroeg de klas zich dat ook af en het werd helemaal stil. De spanning was te snijden.
Tot ik mij realiseerde dat ik in een mail had gelezen dat dat meisje een tijdje in een extern opvangtehuis had gezeten en dat ze binnenkort weer terug zou komen op school. Wou ze misschien laten zien op haar (wat rottige manier) dat ze weer terug was?
Ik antwoordde: “Ik vind het niet leuk dat je mij mafkees noemt, maar wat goed dat je er weer bent. We hebben je gemist!” Ze knikte, meteen was de spanning verdwenen en konden we beginnen met de les. (Mooi voorbeeld toch? Met al die andere situaties dat ik precies het verkeerde zei en deed met alle desastreuse gevolgen van dien, kan ik wel een boek vullen, maa rben ik toch minder trots op :) )
In April 1972, bamboo slips versions of Sun Zi Bing Fa and Sun Bin Bing Fa were discovered in the No.1 Tomb of the Han Dynasty (206BC-220AD) in the Yinyue Mountain in Linyi, Shandong Province
Labels:
activiteiten,
beslissingen,
leiderschap,
onderwijsbehoeften,
strijd,
visie
donderdag 13 december 2012
Zo, en dit is visie!
Via hetkind.org:
Onze Haagse meerderen sleutelen graag aan dat systeem om leerlingen op afstand te kunnen besturen. Met de bezetenheid van de spin die haar web bouwt en zo de vlieg een kopje kleiner maakt. Nietsvermoedend gevangen in het ragfijne systeem van de spin. Dat systeem is haar doel. Zonder zou de spin snel het leven laten.
Maar dierenmoraal gaat om overleven, mensenmoraal over leven. In opvoedkwesties is de mens het doel, niet het systeem.
De samenleving verandert in een razend tempo. Financiële -, economische -, ecologische -, politieke – en morele opvattingen; ze staan allemaal op kiepen en niemand weet welke kant op. Dan ben je als samenleving erg geholpen met creatieve burgers die onzekerheid met vertrouwen tegemoet durven treden. Die mediageletterd hun brede kennis met elkaar delen en deze verbinden met hun eigen levensvragen. Die waarden en normen naleven vanuit bekommernis voor elkaar en een gezamenlijk verlangen naar een vreedzame samenleving.
Onze leerlingen voelen scherp aan dat het die kant op moet. Ze blazen onze 20e eeuwse luchtkastelen en fabels over de ideale samenleving moeiteloos weg. Ze willen graag zelf aan de slag.
Jan Fasen, directeur op het Connect College,
En nog eentje van hetkind.org
De inspectie observeert niet om een startpunt te creëren voor docentenbegeleiding, maar om gegevens te verzamelen over de kwaliteit van de Nederlandse docent. Hier is sprake van onderzoek. Onderzoek dat alleen maar kan leiden tot een negatief beeld van de docent, aangezien er gekeken wordt naar aspecten van lesinrichting waar geen docent aan kan voldoen. De inspectie weet, net als iedereen, dat het zaak is om bij het onderwijzen maatwerk voor leerlingen te bieden.
Juist ja… differentiatie. De inspectie wil zien dat de docent instructie en verwerking afstemt op relevante verschillen tussen leerlingen.
Met alle respect, als je dit als docent kunt in een les van vijftig minuten met vijfentwintig kinderen voor je neus die je een paar keer per week ziet, dan vertoon je ‘super(wo)man’ trekjes.
Onze observaties brengen ons tot een hele andere conclusie: de kwaliteit van de lessen is de afgelopen twintig jaar verbeterd, bij jonge docenten, bij ‘midlife’ docenten en bij oudere docenten.
Wynand Wijnen is emeritus hoogleraar Universiteit Maastricht, Jos Zuylen is directeur van MesoConsult
Onze Haagse meerderen sleutelen graag aan dat systeem om leerlingen op afstand te kunnen besturen. Met de bezetenheid van de spin die haar web bouwt en zo de vlieg een kopje kleiner maakt. Nietsvermoedend gevangen in het ragfijne systeem van de spin. Dat systeem is haar doel. Zonder zou de spin snel het leven laten.
Maar dierenmoraal gaat om overleven, mensenmoraal over leven. In opvoedkwesties is de mens het doel, niet het systeem.
De samenleving verandert in een razend tempo. Financiële -, economische -, ecologische -, politieke – en morele opvattingen; ze staan allemaal op kiepen en niemand weet welke kant op. Dan ben je als samenleving erg geholpen met creatieve burgers die onzekerheid met vertrouwen tegemoet durven treden. Die mediageletterd hun brede kennis met elkaar delen en deze verbinden met hun eigen levensvragen. Die waarden en normen naleven vanuit bekommernis voor elkaar en een gezamenlijk verlangen naar een vreedzame samenleving.
Onze leerlingen voelen scherp aan dat het die kant op moet. Ze blazen onze 20e eeuwse luchtkastelen en fabels over de ideale samenleving moeiteloos weg. Ze willen graag zelf aan de slag.
Jan Fasen, directeur op het Connect College,
En nog eentje van hetkind.org
De inspectie observeert niet om een startpunt te creëren voor docentenbegeleiding, maar om gegevens te verzamelen over de kwaliteit van de Nederlandse docent. Hier is sprake van onderzoek. Onderzoek dat alleen maar kan leiden tot een negatief beeld van de docent, aangezien er gekeken wordt naar aspecten van lesinrichting waar geen docent aan kan voldoen. De inspectie weet, net als iedereen, dat het zaak is om bij het onderwijzen maatwerk voor leerlingen te bieden.
Juist ja… differentiatie. De inspectie wil zien dat de docent instructie en verwerking afstemt op relevante verschillen tussen leerlingen.
Met alle respect, als je dit als docent kunt in een les van vijftig minuten met vijfentwintig kinderen voor je neus die je een paar keer per week ziet, dan vertoon je ‘super(wo)man’ trekjes.
Onze observaties brengen ons tot een hele andere conclusie: de kwaliteit van de lessen is de afgelopen twintig jaar verbeterd, bij jonge docenten, bij ‘midlife’ docenten en bij oudere docenten.
Wynand Wijnen is emeritus hoogleraar Universiteit Maastricht, Jos Zuylen is directeur van MesoConsult
dinsdag 11 december 2012
De leerkacht als beslisser
Management is het afstemmen van mensen en middelen zodat doelen bereikt kunnen worden. Nou dat lijkt makkelijk. Zorg ervoor dat je op tijd de mensen bij elkaar hebt, dat ze over de juiste materialen en gereedschappen beschikken en zet ze aan het werk.
Maar…...
Mensen gaan niet zomaar voor je aan het werk, machines gaan stuk, materialen zijn er niet of niet goed en als klap op de vuurpijl verandert je omgeving ook nog eens zoveel dat je oorspronkelijke doelen misschien niet eens meer relevant zijn. Voor je het weet heeft de werkelijkheid je ingehaald.
Daarom is het handig om cyclische te werken :
PLAN : Kijk naar huidige situatie, kijk naar je doelen en ontwerp een plan voor de uitvoering van deze werkzaamheden..
DO : Voer de geplande werkzaamheden uit.
CHECK : Meet het de voortgang van de werkzaamheden en toets deze aan de vastgestelde doelstellingen.
ACT : Bijstellen aan de hand van de gevonden resultaten bij CHECK. Dit kan bijstellen van de geplande werkzaamheden zijn of bijstelling van de doelstellingen.
Vooral op het gebied van mensen betrokken houden bij je doel en je plan, moet je voortdurend alert blijven en bijsturen (nieuwe beslissingen nemen) . Communicatie en motivatie van mensen.
Bij het doorlopen van deze cyclus nemen sommige mensen betere beslissingen dan andere. Hierdoor worden bijvoorbeeld doelen sneller en goedkoper gehaald, met minder stress en onzekerheid. M.a.w. door betere beslissingen wordt er effectiever en efficiënter gewerkt.
Er is natuurlijk een leger aan mensen die zich hebben beziggehouden met de kwaliteit van beslissingen. Twee personen spreken mij echter bijzonder aan:
1. Mijnheer Covey met zijn Circle of Influence. Zie vorige entry
2. Mijnheer Gunster met zijn theorie over omdenken versus vastdenken.
Wat is omdenken?
(dacht om, h. omgedacht); (denk) techniek om problemen te transformeren in mogelijkheden, syn. ja-en-denken; vgl. tegenoverg. vastdenken, ja-maar-denken)
Omdenken is denken in termen van kansen en niet van problemen. Het is een manier van denken waarbij je kijkt naar de werkelijkheid zoals die is, en wat je daar mee zou kunnen. Je gebruikt in feite de energie van het probleem voor iets nieuws.
Omdenken is een techniek, die bestaat uit 2 stappen:
Deconstrueren is van het probleem een feit maken. Je neemt een probleem, haalt daar af wat-er-zou-moeten-zijn en houdt dat-wat-er-is over.
Construeren is het transformeren van bestaande feiten tot een nieuwe mogelijkheid. Je start met een feit, en kijkt wat je daar mee zou kunnen doen. Kind kan de was doen.
Het omgaan met kinderen vraagt van docenten heel veel. Voortdurend moeten ze bijsturen, anticiperen en reageren. M.a.w. voortdurend beslissingen nemen. Gunster heeeft daar een heel erg nuttig boekje geschreven:
Het zorgt ervoor dat je betere beslissingen gaat nemen in de omgang met 'lastige' kinderen.
Maar…...
Mensen gaan niet zomaar voor je aan het werk, machines gaan stuk, materialen zijn er niet of niet goed en als klap op de vuurpijl verandert je omgeving ook nog eens zoveel dat je oorspronkelijke doelen misschien niet eens meer relevant zijn. Voor je het weet heeft de werkelijkheid je ingehaald.
Daarom is het handig om cyclische te werken :
PLAN : Kijk naar huidige situatie, kijk naar je doelen en ontwerp een plan voor de uitvoering van deze werkzaamheden..
DO : Voer de geplande werkzaamheden uit.
CHECK : Meet het de voortgang van de werkzaamheden en toets deze aan de vastgestelde doelstellingen.
ACT : Bijstellen aan de hand van de gevonden resultaten bij CHECK. Dit kan bijstellen van de geplande werkzaamheden zijn of bijstelling van de doelstellingen.
Vooral op het gebied van mensen betrokken houden bij je doel en je plan, moet je voortdurend alert blijven en bijsturen (nieuwe beslissingen nemen) . Communicatie en motivatie van mensen.
Bij het doorlopen van deze cyclus nemen sommige mensen betere beslissingen dan andere. Hierdoor worden bijvoorbeeld doelen sneller en goedkoper gehaald, met minder stress en onzekerheid. M.a.w. door betere beslissingen wordt er effectiever en efficiënter gewerkt.
Er is natuurlijk een leger aan mensen die zich hebben beziggehouden met de kwaliteit van beslissingen. Twee personen spreken mij echter bijzonder aan:
1. Mijnheer Covey met zijn Circle of Influence. Zie vorige entry
2. Mijnheer Gunster met zijn theorie over omdenken versus vastdenken.
Wat is omdenken?
(dacht om, h. omgedacht); (denk) techniek om problemen te transformeren in mogelijkheden, syn. ja-en-denken; vgl. tegenoverg. vastdenken, ja-maar-denken)
Omdenken is denken in termen van kansen en niet van problemen. Het is een manier van denken waarbij je kijkt naar de werkelijkheid zoals die is, en wat je daar mee zou kunnen. Je gebruikt in feite de energie van het probleem voor iets nieuws.
Omdenken is een techniek, die bestaat uit 2 stappen:
Deconstrueren is van het probleem een feit maken. Je neemt een probleem, haalt daar af wat-er-zou-moeten-zijn en houdt dat-wat-er-is over.
Construeren is het transformeren van bestaande feiten tot een nieuwe mogelijkheid. Je start met een feit, en kijkt wat je daar mee zou kunnen doen. Kind kan de was doen.
Het omgaan met kinderen vraagt van docenten heel veel. Voortdurend moeten ze bijsturen, anticiperen en reageren. M.a.w. voortdurend beslissingen nemen. Gunster heeeft daar een heel erg nuttig boekje geschreven:
Het zorgt ervoor dat je betere beslissingen gaat nemen in de omgang met 'lastige' kinderen.
dinsdag 4 december 2012
Krachtig leiderschap bij docenten
Leekrachten leiden hun klas gedurende het jaar van niveau A naar niveau B. Hij of zij neemt gedurende het jaar voorturend beslissingen om zijn leerlingen op het juiste niveau te krijgen en te houden. Zie de entry over de leerkracht als prof.
Het probleem is echter dat je als leerkracht niet alles onder controle hebt, je kunt niet alles weten, je hebt niet alle tijd en last but not least je hebt niet alles voor het zeggen. Je zult moeten bedenken hoe en waar je je energie in gaat steken. Hoe en waar je je invloed wil doen gelden. Stephen Covey heeft een boek geschreven dat je kan helpen bij het bepalen daarvan.
Het boek heet de 7 eigenschappen van effectief leiderschap. Er zijn twee redenen waarom mij dit boek aanspreekt. In de eerste plaats omdat ik denk dat de opsomming van die eigenschappen juist en handig is. Maar daarnaast is het niet zo maar een lijstje. Het lijstje komt voort uit praktijkervaring en is gebaseerd op uit een mens- en wereldbeeld dat Covey heel expliciet omschreven heeft. Dat spreekt mij aan. Wat succesvol / effectief is wordt gekoppeld aan de cultuur waarin wij leven en daarmee begrenst hij dus de algemene geldigheid van zijn verhaal. Het lijstje wordt daarmee een tool dat je kunt gebruiken wanneer je zijn mensbeeld onderschrijft en anders niet.
De zeven eigenschappen
Volgens Covey was, tot de Eerste Wereldoorlog, succes vanuit een principiële levenshouding vooral samen te vatten in begrippen als nederigheid, integriteit, gematigdheid, trouw en geduld. Na de Eerste Wereldoorlog werd succes door een meer pragmatische levenshouding anders gedefinieerd. Succes wordt vooral afgemeten aan persoonlijke prestatie, vaardigheden en status.
Covey zegt dat blijvend succes alleen mogelijk is door zeven "eigenschappen" na te streven:
pro-actieve levenshouding;
doelgerichte inzet (begin met het einde voor ogen);
prioriteiten stellen;
streven naar gezamenlijk profijt (synergie);
aandacht voor andermans belangen (empathie);
profijt uit verschillen halen;
voldoende rust nemen en ontspannen (balans tussen productie en productiemiddelen)
Vooral de eerste is iets wat je als docent vaak tegen zult komen. Het verschil tussen een pro-actieve en een reacteve levenshouding.
Het belangrijskte element hierbij is de circel van betrokkenheid.
Reactief?
Als je je richt op je cirkel van betrokkenheid, de buitenste cirkel, ben je veel bezig met dingen waar je niets (meer) aan kunt doen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het aan je opvoeding ligt, aan de politiek of aan de maatschappij.
Het resultaat is dat je je machteloos voelt, niet in staat iets aan de situatie te veranderen. Je bent vooral bezig met reageren op wat je overkomt. Covey noemt dat reactief.
Een voorbeeld: Het kan zijn dat je de politieke situatie waardeloos vindt. Je voelt je betrokken, maar ook machteloos. Je hebt het gevoel dat je er niets aan kunt doen. Je richt je dan op je cirkel van betrokkenheid.
Of liever proactief?
Richt je je daarentegen op je cirkel van invloed, dan ben je bezig met de vraag hoe je de situatie kunt beïnvloeden. Dan ben je proactief bezig. Je denkt na over hoe je invloed kunt uitoefenen als het gaat om zaken die voor jou belangrijk zijn.
Handel je vanuit je cirkel van invloed, dan ga je in bovenstaand voorbeeld misschien zelf de politiek wel in vanuit de gedachte dat je iets kunt veranderen. Je bent dan proactief bezig.
Vergroten van je cirkel van invloed
Op je werk werkt het ook zo. Het kan zijn dat je vindt dat je directeur ongelooflijk lastig is. dat altijd is geweest en altijd zal zijn. Je legt je er dan bij neer, klaagt er misschien over, en handelt reactief.
Het kan ook zijn dat je nadenkt over waar hij gevoelig voor is, wat hij belangrijk vindt en dat gebruikt om hem te beïnvloeden, je bent dan proactief bezig.
Door proactief te handelen, vergroot je je beetje bij beetje je cirkel van invloed. Je bent effectiever. En een stuk gelukkiger.
bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Stephen_Cove
Dank: Marjolein Wertheim, Arjan Fokkens
Het probleem is echter dat je als leerkracht niet alles onder controle hebt, je kunt niet alles weten, je hebt niet alle tijd en last but not least je hebt niet alles voor het zeggen. Je zult moeten bedenken hoe en waar je je energie in gaat steken. Hoe en waar je je invloed wil doen gelden. Stephen Covey heeft een boek geschreven dat je kan helpen bij het bepalen daarvan.
Het boek heet de 7 eigenschappen van effectief leiderschap. Er zijn twee redenen waarom mij dit boek aanspreekt. In de eerste plaats omdat ik denk dat de opsomming van die eigenschappen juist en handig is. Maar daarnaast is het niet zo maar een lijstje. Het lijstje komt voort uit praktijkervaring en is gebaseerd op uit een mens- en wereldbeeld dat Covey heel expliciet omschreven heeft. Dat spreekt mij aan. Wat succesvol / effectief is wordt gekoppeld aan de cultuur waarin wij leven en daarmee begrenst hij dus de algemene geldigheid van zijn verhaal. Het lijstje wordt daarmee een tool dat je kunt gebruiken wanneer je zijn mensbeeld onderschrijft en anders niet.
De zeven eigenschappen
Volgens Covey was, tot de Eerste Wereldoorlog, succes vanuit een principiële levenshouding vooral samen te vatten in begrippen als nederigheid, integriteit, gematigdheid, trouw en geduld. Na de Eerste Wereldoorlog werd succes door een meer pragmatische levenshouding anders gedefinieerd. Succes wordt vooral afgemeten aan persoonlijke prestatie, vaardigheden en status.
Covey zegt dat blijvend succes alleen mogelijk is door zeven "eigenschappen" na te streven:
pro-actieve levenshouding;
doelgerichte inzet (begin met het einde voor ogen);
prioriteiten stellen;
streven naar gezamenlijk profijt (synergie);
aandacht voor andermans belangen (empathie);
profijt uit verschillen halen;
voldoende rust nemen en ontspannen (balans tussen productie en productiemiddelen)
Vooral de eerste is iets wat je als docent vaak tegen zult komen. Het verschil tussen een pro-actieve en een reacteve levenshouding.
Het belangrijskte element hierbij is de circel van betrokkenheid.
Reactief?
Als je je richt op je cirkel van betrokkenheid, de buitenste cirkel, ben je veel bezig met dingen waar je niets (meer) aan kunt doen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het aan je opvoeding ligt, aan de politiek of aan de maatschappij.
Het resultaat is dat je je machteloos voelt, niet in staat iets aan de situatie te veranderen. Je bent vooral bezig met reageren op wat je overkomt. Covey noemt dat reactief.
Een voorbeeld: Het kan zijn dat je de politieke situatie waardeloos vindt. Je voelt je betrokken, maar ook machteloos. Je hebt het gevoel dat je er niets aan kunt doen. Je richt je dan op je cirkel van betrokkenheid.
Of liever proactief?
Richt je je daarentegen op je cirkel van invloed, dan ben je bezig met de vraag hoe je de situatie kunt beïnvloeden. Dan ben je proactief bezig. Je denkt na over hoe je invloed kunt uitoefenen als het gaat om zaken die voor jou belangrijk zijn.
Handel je vanuit je cirkel van invloed, dan ga je in bovenstaand voorbeeld misschien zelf de politiek wel in vanuit de gedachte dat je iets kunt veranderen. Je bent dan proactief bezig.
Vergroten van je cirkel van invloed
Op je werk werkt het ook zo. Het kan zijn dat je vindt dat je directeur ongelooflijk lastig is. dat altijd is geweest en altijd zal zijn. Je legt je er dan bij neer, klaagt er misschien over, en handelt reactief.
Het kan ook zijn dat je nadenkt over waar hij gevoelig voor is, wat hij belangrijk vindt en dat gebruikt om hem te beïnvloeden, je bent dan proactief bezig.
Door proactief te handelen, vergroot je je beetje bij beetje je cirkel van invloed. Je bent effectiever. En een stuk gelukkiger.
bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Stephen_Cove
Dank: Marjolein Wertheim, Arjan Fokkens
woensdag 28 november 2012
De leraar als prof
Er zijn nogal wat meningen over wat een goede leraar is en hoe betreffende personen hun taak invullen. :)
In ieder geval is een goede leraar een professionele leraar. Maar wat is professioneel gedrag?
I het boekje 'Waar staat de leraar in onze samenleving?', door Antonia Aelterman, Jef Verhoeven, Isabel Rots, Ina Buvens, Nadine Engels en Peter Van Petegem, wordt een heel aardige en wat mij betreft bruikbare definitie gegeven:
Vooral het empowerment-aspect, is handig. De kracht en het lef hebben om op tijd de juiste beslssingen te nemen is m.i. doorslaggevend om goed les te kunnen geven.
Dit geldt natuurlijk voor ieder beroep, maar juist bij het beroep van leerkracht krijg je wat je doet dubbel en dwars terug. Goed of slecht. Je merkt het meteen en intens.
In ieder geval is een goede leraar een professionele leraar. Maar wat is professioneel gedrag?
I het boekje 'Waar staat de leraar in onze samenleving?', door Antonia Aelterman, Jef Verhoeven, Isabel Rots, Ina Buvens, Nadine Engels en Peter Van Petegem, wordt een heel aardige en wat mij betreft bruikbare definitie gegeven:
Vooral het empowerment-aspect, is handig. De kracht en het lef hebben om op tijd de juiste beslssingen te nemen is m.i. doorslaggevend om goed les te kunnen geven.
Dit geldt natuurlijk voor ieder beroep, maar juist bij het beroep van leerkracht krijg je wat je doet dubbel en dwars terug. Goed of slecht. Je merkt het meteen en intens.
donderdag 22 november 2012
Leren is gedrag
Leren is gedrag dat nieuw gedrag mogelijk maakt. Dat geldt voor veters strikken, tot en met uitrekenen van integralen.
Hoe we leren is en daarmee hoe we als beste leerlingen kunnen begeleiden en ondersteunen, daarover is absoluut geen overeenstemming. Dat hangt erg af van de overtuigingen van de persoon met wie je spreekt en dan vooral zijn of haar mensbeeld.
Bijgaande link is gaat naar een prezi-presentatie waar ik mee bezig ben. Een geweldige tooltje dat ik op deze manie ronder de de knie probeer te krijgen.
Hoe we leren is en daarmee hoe we als beste leerlingen kunnen begeleiden en ondersteunen, daarover is absoluut geen overeenstemming. Dat hangt erg af van de overtuigingen van de persoon met wie je spreekt en dan vooral zijn of haar mensbeeld.
Bijgaande link is gaat naar een prezi-presentatie waar ik mee bezig ben. Een geweldige tooltje dat ik op deze manie ronder de de knie probeer te krijgen.
zondag 18 november 2012
Hoe goed doen we het eigenlijk?
Iedereen heeft wel een mening over het onderwijs en dan vooral de kwaliteit ervan. Vaak hoor ik het een negatief oordeel, maar afgelopen week sprak ik met een collega na het volgen van een workshop over het omgaan met bijzonder gedrag.
"Wat zijn we toch een eind gekomen.", zei ze.
"Toen ik dertig jaar geleden voor het eerst met een leerling met autisme in de klas had, was het advies dat ik hem maar bij de deur moest zetten zodat ik hem snel de klas uit kon zetten als die jongen lastig werd."
Hoe goed we het doen hangt natuurlijk af van waar je het mee vergelijkt. Je idealen, de situatie van 30 jaar terug of ten opzichte van anderen. In de bijgevoegde link geven een indruk hoe de amerikanen tegen ons onderwijssysteem aankijken.
http://www.ncee.org/programs-affiliates/center-on-international-education-benchmarking/top-performing-countries/
"Wat zijn we toch een eind gekomen.", zei ze.
"Toen ik dertig jaar geleden voor het eerst met een leerling met autisme in de klas had, was het advies dat ik hem maar bij de deur moest zetten zodat ik hem snel de klas uit kon zetten als die jongen lastig werd."
Hoe goed we het doen hangt natuurlijk af van waar je het mee vergelijkt. Je idealen, de situatie van 30 jaar terug of ten opzichte van anderen. In de bijgevoegde link geven een indruk hoe de amerikanen tegen ons onderwijssysteem aankijken.
http://www.ncee.org/programs-affiliates/center-on-international-education-benchmarking/top-performing-countries/
Abonneren op:
Posts (Atom)











